De middeleeuwen volgens...  
... Arne Haytsma (Beleidsmedewerker bij de ROB te Amersfoort)
Waarom eigenlijk??
Waarom zeggen archeologen dat ze iets liever in de grond laten zitten?

Archeologen zijn opgeleid om veel te weten te komen tijdens een opgraving. Ze graven heel zorgvuldig laag voor laag, alle verkleuringen worden heel precies ingetekend. Deze verkleuring duidt op een verstoring in latere tijd en ja hoor er komt zelfs een colaflesje tevoorschijn. Maar deze vlekken, op regelmatige afstand, die zijn bijzonder. Daar hebben mensen 2000 jaar geleden een gat gegraven. In dat gat is een paal gezet en de grond is teruggaan in dat gat en lekker aangestampt. De paal maakt onderdeel van het constructie van een huis.
Aan de hand van deze vlekken in de grond kunnen we een reconstructie maken van het gebouw wat er ooit heeft gestaan. Aan de hand van een aantal vlekken die schavend met de bats  tevoorschijn komt komen we te weten hoe mensen in de IJzertijd hun huizen bouwden. Die kennis wordt in het HOME gebruikt om alles na te bouwen.


Maar waarom zeggen archeologen dat ze iets liever in de grond laten zitten?
Er zijn goede redenen om niet alle vindplaatsen in een keer op te graven. Zoals u begrijpt gaat het ons niet alleen om scherven of mooie voorwerpen. We komen het meeste te weten door het ‘lezen’ van de verkleuringen in de grond. Die verkleuringen zitten er al lang, soms duizenden jaren lang. Alleen als de grond weggeschept wordt, voor de bouw van nieuwe huizen bijvoorbeeld, is het nuttig om de grond te lezen.
Een andere reden om niet onmiddellijk met graven te starten zijn de hoge kosten die een opgraving met zich meebrengt. Graven, tekenen, wassen, nummeren, nadenken, schrijven, publiceren, netjes opbergen. We geven het geld voor een opgraving alleen uit als de gegevens in de grond definitief gewist dreigen te worden.
Natuurlijk zijn er nog andere redenen om niet alles maar op te graven. We zouden het gewoonweg niet kunnen: er zouden niet genoeg archeologen voor zijn! Een prachtige reden vindt ik ook de volgende. Met het resultaat van archeologisch onderzoek voeg je iets toe aan de geschiedenis van een streek. Hoe wetenschappelijk we ook te werk gaan, je voegt ook iets persoonlijks, je eigen tijdsgebonden interpretatie van de gegevens, aan de geschiedenis toe. Wij graven niet alles in een keer op om volgende generaties de kans te geven zelf onderzoek te doen en een eigen ‘tijdsgebonden interpretatie’ aan de geschiedenis toe te voegen. Het klinkt hoogdravend, maar de geschiedenis van de archeologie kent nogal wat vergissingen vervalsingen of politiek-correcte interpretaties, waar we later afstand hebben moeten doen.
Archeologen zijn wat dat betreft net gewone mensen!
 

De ruïne van Kasteel Brederode aan de rand van de duinen bij Bloemendaal.

De ruïne van Kasteel Brederode aan de rand van de duinen bij Bloemendaal.
Bron: Evert van Ginkel & Koos Steehouwer (1998): ANWB Archeologieboek Nederland, Monumenten van het verleden.