De ijzertijd volgens...  

... Tim de Ridder, stadsarcheoloog te Vlaardingen

Het is 670 vóór Christus. Een zachte zomerse bries laat het zonovergoten riet zachtjes eerbiedig buigen en fluisteren. Twee meeuwen zweven boven het riet en beginnen plotseling te krijsen. Het riet kraakt. Er klinken stemmen. Vogels vliegen op. Er zijn indringers! Mensen! Wat hebben die hier in het moeras te zoeken? Ze slepen een meer dan tien meter lange boomstamkano op het droge. Ruwe, gekloofde handen schuiven voorzichtig het riet opzij. Een jonge bebaarde man tuurt over de rietvelden heen. Is dit nou het onherbergzame moeras waar hij als jongetje de ouderen over hoorde spreken? Zij verhaalden over de dapperen die zich in het onmetelijke moeras hadden gewaagd, maar nooit waren weergekeerd. Kom daar niet, hadden ze hem als kleine jongen gewaarschuwd. Toen al had hij een onweerstaanbare drang gevoeld om eens dit moeras te verkennen. Die tijd is nu gekomen. Het doet een paar stappen voorwaarts. De grond sopt lichtjes onder zijn voeten. Hij is verbaasd, want hij zakt niet weg. De grond voelt zelfs stevig. Was dit nou het gevaarlijke moeras? Opnieuw kijkt hij rond. Ziet hij daar niet enkele open plekken in het riet? Daar is geen water, maar fris groen, gras. Daar zou hij zijn schapen en koeien kunnen weiden. En daar, op enkele honderden meters afstand ziet hij ze staan. De elzenbroekbosjes. Hij weet wat dat betekent. Als er bomen groeien, is de bodem er droog. Zou het droog genoeg zijn om er een tijdelijke onderkomen te bouwen? Hij kijkt verder rond en in zijn hoofd richt hij het landschap in. Hij ziet geen moeras, maar wel een prima woongebied. Daar zou hij de boerderij met heining voor het vee kunnen bouwen. Op drassige plekken zouden ze takkenpadden kunnen aanleggen. Hij overdenkt de mogelijkheden. Zouden ze hier permanent kunnen gaan wonen? Hier is het nieuwe land, een land van belofte met volop ruimte voor zijn nakomelingen. De drassige grond baart hem nog wel zorgen. Hij weet dat emmertarwe en gerst het niet zo goed doen op natte grond. Maar als dat niet zou lukken, is hier voldoende te halen om te ruilen met zijn oude verwanten die achter zouden blijven in het droge gebied. Misschien zou het hem zelfs wel lukken om hier wat graan te verbouwen. Ja, het voelt goed, hier zou hij zijn gezin willen vestigen.

Het bleek een goede keuze te zijn. Enkele eeuwen na de aankomst van de eerste pioniers in het veengebied was de bewoningsdichtheid explosief gestegen. Gemiddeld woonden er zo'n vijf tot zeven gezinnen per vierkante kilometer. Dat waren niet minder dan 25 tot 35 mensen. Daarmee was het het dichtstbewoonste plekje van Nederland: een prehistorische randstad. Het landschap was volledig getransformeerd in een cultuurlandschap. Regelmatig verspreid lagen de boerderijen op enige honderden meters afstand van elkaar. Rondom de boerderijen lagen de heiningen die het vee bijeenhielden en stonden de bijgebouwen die dienden voor de graanopslag. De takkenpadden voerden naar de akkers en de buren.

Het is een warme zomerse dag in 2005. Er lopen meer mensen dan ooit over het terrein dat ze nu aanduiden als De Vergulde Hand. Het zijn ongeveer dertig mensen, de meeste gewapend met scheppen en troffels. Het gepruttel van de pompen die gegraven kuilen droog moeten houden, wordt overstemd door het geraas van de graafmachines. Op nog geen meter diepte liggen de uitstekende geconserveerde resten van de boerderijen van de ijzertijdboeren. Palen, vlechtwerkwanden, stammetjesvloeren, stalboxen, takkenpaden en heiningen komen aan het licht.

 
Het archeologische onderzoek op de De Vergulde Hand.
Meer informatie
Wilt u meer weten over het archeologische onderzoek op de De Vergulde Hand. Neem dan eens een kijkje op www.archeologie.
vlaardingen.nl
. Daar vindt u persberichten, archeologische nieuwsbrieven en korte thematische filmdocumentaires over het archeologisch onderzoek.